vleeshandel in Waardamme (door Elisa Debourse)

In België zijn er meer varkens dan er Vlamingen zijn, een kleine 6,7 miljoen varkens bevinden zich op ons grondgebied. Varkens werden zo’n 5000 à 6000 jaar geleden gedomesticeerd, ze werden tam gemaakt. Iedereen herinnert zich wel de leuke roze biggetjes op de kinderboerderij. Schattige dieren die rond je heen hobbelden. Slechts een aantal varkens worden ter amusement bij gehouden. Het gros van de varkens wordt gekweekt om z’n vlees. Het varken is één van de weinige dieren waarvan bijna alles kan opgegeten worden. Wanneer een varken 6 maanden oud is en volgroeid (+- 100 kg) is het rijp voor slachting. Varkens spelen ook meer en meer een belangrijke rol in de medische wereld. Wetenschappers proberen transplantaties te doen lukken waarbij de lever of andere organen van een varken in een mens kunnen werken. De hartkleppen van een varken worden al jaren gebruikt bij de mens.

Begin januari 2011 nam ik een interview af van Henri Taveirne. Henri ging tot zijn 14e naar school en volgde dan nog 3 jaar vakkenschool om het beroep van timmerman aan te leren. Wanneer hij 18 was werd hij opgeroepen voor de dienstplicht. Na zijn legerdienst van 18 maanden ging hij in het bedrijf van zijn vader werken. Edmund Taveirne was de eigenaar van een groothandel in varkensvlees. Eerst en vooral werden de varkens opgehaald op de verschillende boerderijen in Waardamme, Ruddervoorde en omstreken. Daarna werden de beesten naar het slachthuis gebracht. Ze werden er geslacht en versneden.

Vroeger sneed met de varkens in grote stukken en deed de slager die het vlees kocht de rest. Nu wordt het vlees meestal onmiddellijk in kleine, gedetailleerde stukken gesneden. De grote stukken varken werden in koelwagens vervoerd naar plaatselijke slagers. Een half varken kon tot 50 kilo wegen. De vrouw van Edmund runde de slagerij. Elke dag lag er vers vlees in de toonbank. Alles werd ook ter plaatste gemaakt, worst, hoofdvlees, paté, …De slagers werkten zeven dagen op zeven. Tot de leeftijd van 50 jaar had Henri nooit één dag vakantie genomen. Soms werden in één week tijd meer dan 150 varkens verwerkt. Om een grote omzet te halen gingen de Taveirnes ook naar de markt in Brugge en de groothandel in Gent.

Wanneer Edmund Taveirne stierf, nam Henri de groothandel over. In 1985 liet hij de zaak over aan iemand anders omdat hij teveel kosten ging moeten maken in zake nieuwe veiligheids- en hygiënevoorschriften. Door het vele werk kon Henri de zondag niet naar de mis omdat hij ook dan werkte. De zondagmiddag deed hij dan de boekhouding van de groothandel.

Naast de groothandel vinden we ook plaatselijke boeren die hun eigen varkens kweken en slachten. Zo slachtte Alfonds Slabbinck, geboren op 1 maart 1880 en vader van Godelieve Slabbinck, zijn varkens zelf. Eerst en vooral werd de keel van het dier overgesneden. Meestal werd het bloed opgevangen om er dan later bloedworst van te maken. Daarna werd het dode beest gebrand. Bosjes stro werden in brand gestoken, hiermee wreef men over het varken. Dit deed men om de haren af te brandden en de insecten, bacteriën weg te werken. 

Artikel categorie: